Coriiander

13 berichten geschreven door Coriiander

Heel lang geleden, nog lang voordat mensen en dieren de aarde bewandelden, leefden er vele soorten vogels. Ze leefden allen vreedzaam samen in één groot tropisch regenwoud.

Stel, als jij en ik er destijds geleefd hadden, dan zouden we ze nauwelijks van elkaar hebben kunnen onderscheiden. De vogels waren destijds namelijk niet zo kleurrijk gevederd als tegenwoordig. Nee, ze waren of helemaal donkerbruin of helemaal donkergrijs. Hun saaie, eentonige kleuren verrijkten het woud geenszins. Als het niet voor de bloemen met al hun felle kleuren was geweest, dan zou het woud maar een saaie plek zijn geweest.

Lees verder →

Hhoewel Mimi, de kat uit mijn steunbetuiging aan Ellis, duidelijk nobele motieven had, bestaan er ook katten met ronduit ondeugende of zelfs kwaadaardige bedoelingen. Het betreft dan vaak demonen of heksen die de gedaante van een kat hebben aangenomen. Zo kunnen ze gemakkelijk een huis binnenkomen en alles bespieden.

Ellis, het eerder beschreven vrouwmens van Mimi, was getrouwd met Maurice. Hij ging graag vissen en had daarbij zoveel geluk dat ze altijd voldoende vis op voorraad hadden. Maar tot haar grote ergernis had Ellis ontdekt dat er ’s avonds laat regelmatig een grote kat naar de voorraadkast kwam om daar al de beste vis te verslinden. Ellis had een dikke stok klaarstaan en was vastbesloten om de boel nauwlettend in de gaten te houden.

Lees verder →

Oop een winterse avond zat een jonge vrouw op de bank uit te rusten van al het werk wat ze die dag verricht had. Haar kat Mimi lag naast haar op de bank te knorren. Toen ze haast in slaap sukkelde, kwam ineens haar man Maurice binnengestormd: “Ellis! Wie is Mimi Drommels?” Ellis en de kat zaten ineens klaarwakker overeind en keken hem verbaasd aan.

“Hoezo? Wat is er aan de hand?” vroeg Ellis, “En waarom wil je weten wie Mimi Drommels is?”

“Oh, ik heb zoiets geks meegemaakt! Ik was op het kerkhof om een vriend te helpen bij het onderhoud van zijn familiegraf. Toen ik even zat te rusten ben ik kennelijk even weg gesukkeld. Ik schrok ineens wakker bij het horen van een kat zijn gemiauw.”

“Miauw!”, zei Mimi alsof ze antwoordde.

Lees verder →

Hheel lang geleden, zoals oude mensen me vertelden, werd het land geteisterd door een gruwelijk monster uit het koude noorden. Het monster was zo verschrikkelijk dat de wijsheren hem de verschrikkelijkste naam gaven die ze maar bedenken konden: Y’arnoth. Het monster vernietigde hele lappen grond en verslond zowel mens als dier. Men was bang dat indien er geen hulp zou komen, er geen levend wezen meer zou overblijven. Y’arnoth had een lichaam als een os, benen als een kikker, twee korte voorpoten en twee lange achterpoten. Zijn staart was alsof een slang van wel twintig meter lang. Wanneer het monster zich voortbewoog, sprong hij als een kikker met sprongen van wel een kilometer ver. Y’arnoth had de gewoonte om meerdere jaren in hetzelfe gebied te verblijven en pas weer verder te trekken wanneer er niets meer te eten viel. Niets of niemand kon er op jagen, want heel zijn lichaam was bedekt met schubben harder dan steen en metaal. Zijn twee grote ogen gaven licht; zo fel als de Poolster op een heldere zomernacht. Zij die per ongeluk in zijn ogen keken, werden als het ware betoverd waardoor ze gedwongen werden richting de reusachtige kaken te lopen. Zo kon Y’arnoth zich voeden met man en dier zonder er iets voor te hoeven doen; hij kon blijven liggen waar hij lag.

Lees verder →

Eer was eens een minstreel die de sterren van de hemel zong. Op een warme herfstdag liep hij in zijn eentje door het eeuwenoude Imstenraderbos. De weelde van de mooiste kleuren liet hem al zijn aardse zorgen vergeten. De machtige zomereiken en majestueuze beuken gaven hem veel inspiratie voor nieuwe liederen. Toen de minstreel bij de Geleenbeek aankwam, besloot hij om even te rusten. Het gras was er zacht, het stromende water verkoelde zijn voeten en zijn haren deden een dansje met de ruisende wind.De minstreel bedacht zich dat er geen mooiere muziek bestond dan die van het orkest der natuurlijke stilte.

Lees verder →

Eer zijn nogal wat mensen die twijfelen — zelfs in de kleinste dorpen. Vorige kerst vertelde een vrouw me dat ze niet in geesten en de hel geloofde. De hel was volgens haar slechts een achterhaald verzinsel om mensen op het rechte pad te houden. Geesten zouden volgens haar helemaal niet mogelijk zijn op aarde, maar alvermannetjes, waterpaarden en gevallen engelen dan weer wel. Zo ontmoette ik ook eens een man met een tattoo van een Mohawk-indiaan op zijn arm; hij deelde hetzelfde geloof en ongeloof. Waar men ook aan twijfelt, men twijfelt nooit aan de alvermannetjes, want, zoals hij tegen me zei: ‘Die zijn vanzelfsprekend.’ Zelfs de nuchtere, rationele geest ontkomt er niet aan om daarin te geloven.

Lees verder →

Llang geleden was er een haast goddelijk volk in Ierland. Ze werden als helden beschouwd en stonden bekend als ‘De mensen van Danu’ — de godin van kennis en wijsheid. Ze beheersten magische krachten en toverspreuken. Een van hen was koning Lir. Hij was gelukkig getrouwd en had vier lieve kinderen. Op een trieste dag werd zijn vrouw zo ziek dat ze al snel overleed. Het verdriet van Lir en zijn kinderen was groot. “Vader, maakt U zich geen zorgen,” zei zijn dochter Fiona, “ik zal goed voor mijn broertjes zorgen.” Lir troostte haar: “Lieverd, je bent nog te jong. Kinderen hebben een moeder nodig. Ooit zal ik opnieuw trouwen.”

Lees verder →

Eeen meisje uit Tsjechië had een geliefde die tot haar grote verdriet was omgekomen bij een ongeluk. Op een avond zat ze bij zonsondergang langs de weg te huilen. Er kwam een mooie vrouw aangelopen, geheel in het wit gekleed. De vrouw ging naast het meisje zitten en pinkte een traan bij haar weg. “Niet huilen, Katerina,” zei ze, “je geliefde is veilig. Hier, neem deze kruidenring. Wanneer je er doorheen kijkt zul je je geliefde kunnen zien. Hij verkeert in goed gezelschap, draagt een gouden krans op zijn hoofd en heeft een vuurrode zakdoek om zijn middel.”

Katerina nam de kruidenring aan en keek er doorheen. Ze zag haar geliefde op een heuvel dansen te midden van zijn gezelschap. Hij zag bleekjes, maar was knapper dan ooit met die gouden krans op zijn hoofd — alsof ze hem tot prins hadden uitgeroepen.

Lees verder →

Oop een eiland langs de westkust woonde een oude visserman met zijn jonge dochter. De man had macht over de watergeesten en hij leerde zijn dochter de spreuken om ook macht over hen te krijgen.

Op een dag spoelde een boot op het strand aan. In de boot lag een knappe jonge man; bewusteloos, drijfnat en verkleumd van de kou. De oude visserman nam hem mee naar zijn huis zodat hij daar kon opknappen. Eileen, zijn dochter, verpleegde hem. Eileen en de man, Dermot genaamd, werden al snel verliefd. Hij vertelde haar over zijn mooie huis op het vasteland — ze zou er alles hebben wat haar hartje begeerde, van zijden kleding tot gouden muntstukken. Weldra besloten ze met elkaar te trouwen.

Lees verder →

Eeen rijke dame zat ’s avonds laat te borduren. Haar kinderen en dienaren lagen reeds te slapen. Er werd plots op de deur geklopt, “Doe open! Doe open!”

“Wie is daar?” vroeg de vrouw des huizes. “Ik ben de Heks van één Hoorn”, luidde het antwoord. De dame dacht dat het een buur in nood was en opende de deur. Er kwam een klein vrouwtje naar binnen. Ze hield een paar breinaalden vast en op haar hoofd groeide een hoorn. Stilletjes ging het vrouwtje bij het haardvuur zitten en begon razendsnel te breien. Plots stopte ze even en zei: “Waar blijven ze toch? Ze treuzelen te veel.”

Lees verder →