februari 2017

6 berichten in februari 2017

Zzoals de ratelslang overdag de koning van het bos is, zo is de oehoe dat ’s nachts. Hij is de veel sterkere van de twee, want hij is de koning van zowel de grond en de lucht. Hij kan gaan en staan waar hij wil, terwijl de macht van de slang niet veel verder dan de grond reikt.

Er was eens een paartje oehoes in het bos. Ze woonden diep in de schaduw en hadden hun grote, gammele nest in een hol van een hoge boom. Je had er wel honderd keer langs kunnen lopen zonder te merken dat er uilen woonden. Althans, als je niet op de ronde balletjes van bot en haar zou letten. Het gras lag er vol mee. De oehoes hadden zoveel honger dat ze hun eten met bot en al opaten. Dan gingen hun sterke magen aan het werk om balletjes te maken van al de stukjes bot en haar. Die lieten ze dan op de grond vallen.

Lees verder →

Iin het laagste deel van de heide, daar waar het gras hoog en zacht was, leefde een sterke, jonge slak. Zijn schelp was mooi lichtgrijs en met perfecte, regelmatige rondingen. Zijn lichaam was zacht en vochtig, precies zoals een slak moet zijn. Maar wat reizen betreft was hij natuurlijk niet zo snel. Niemand van zijn familie was snel. Maar toch, met voldoende wil en geduld zou hij veel van de heide gezien kunnen hebben; en misschien zelfs nog iets van de wereld daarbuiten. Zijn vrienden en buren vertelden hem vaak dat hij eens op pad zou moeten gaan om alle schoonheid in de omgeving te zien, maar hij antwoordde dan altijd dat het hem teveel moeite was. Deze slak reisde geen centimeter te veel.

Lees verder →

Hheel lang geleden, nog lang voordat de mens op aarde was, leefden er vele soorten vogels. Ze leefden vreedzaam samen in één groot tropisch regenwoud. Als jij en ik er destijds geleefd hadden, dan zouden we ze nauwelijks van elkaar hebben kunnen onderscheiden. De vogels waren toen niet zo kleurrijk gevederd als tegenwoordig. Nee, ze waren of helemaal donkerbruin of helemaal donkergrijs. Hun saaie kleuren verrijkten het woud allerminst. Als het niet voor de bloemen met al hun felle kleuren was geweest, dan zou het woud maar een saaie plek zijn geweest.

Lees verder →

Hhoewel Mimi, de kat uit mijn steunbetuiging aan Ellis, duidelijk nobele motieven had, bestaan er ook katten met ronduit ondeugende of zelfs kwaadaardige bedoelingen. Het betreft dan vaak demonen of heksen die de gedaante van een kat hebben aangenomen. Zo kunnen ze gemakkelijk een huis binnenkomen en alles bespieden.

Ellis, het eerder beschreven vrouwmens van Mimi, was getrouwd met Maurice. Hij ging graag vissen en had daarbij zoveel geluk dat ze altijd voldoende vis op voorraad hadden. Maar tot haar grote ergernis had Ellis ontdekt dat er ’s avonds laat regelmatig een grote kat naar de voorraadkast kwam om daar al de beste vis te verslinden. Ellis had een dikke stok klaarstaan en was vastbesloten om de boel nauwlettend in de gaten te houden.

Lees verder →

Oop een winterse avond zat een jonge vrouw op de bank uit te rusten van al het werk wat ze die dag verricht had. Haar kat Mimi lag naast haar op de bank te knorren. Toen ze haast in slaap sukkelde, kwam ineens haar man Maurice binnengestormd: “Ellis! Wie is Mimi Drommels?” Ellis en de kat zaten ineens klaarwakker overeind en keken hem verbaasd aan.

“Hoezo? Wat is er aan de hand?” vroeg Ellis, “En waarom wil je weten wie Mimi Drommels is?”

“Oh, ik heb zoiets geks meegemaakt! Ik was op het kerkhof om een vriend te helpen bij het onderhoud van zijn familiegraf. Toen ik even zat te rusten ben ik kennelijk even weg gesukkeld. Ik schrok ineens wakker bij het horen van een kat zijn gemiauw.”

“Miauw!”, zei Mimi alsof ze antwoordde.

Lees verder →

Hheel lang geleden, zoals oude mensen me vertelden, werd het land geteisterd door een gruwelijk monster uit het koude noorden. Het monster was zo verschrikkelijk dat de wijsheren hem de verschrikkelijkste naam gaven die ze maar bedenken konden: Y’arnoth. Het monster vernietigde hele lappen grond en verslond zowel mens als dier. Men was bang dat indien er geen hulp zou komen, er geen levend wezen meer zou overblijven. Y’arnoth had een lichaam als een os, benen als een kikker, twee korte voorpoten en twee lange achterpoten. Zijn staart was alsof een slang van wel twintig meter lang. Wanneer het monster zich voortbewoog, sprong hij als een kikker met sprongen van wel een kilometer ver. Y’arnoth had de gewoonte om meerdere jaren in hetzelfe gebied te verblijven en pas weer verder te trekken wanneer er niets meer te eten viel. Niets of niemand kon er op jagen, want heel zijn lichaam was bedekt met schubben harder dan steen en metaal. Zijn twee grote ogen gaven licht; zo fel als de Poolster op een heldere zomernacht. Zij die per ongeluk in zijn ogen keken, werden als het ware betoverd waardoor ze gedwongen werden richting de reusachtige kaken te lopen. Zo kon Y’arnoth zich voeden met man en dier zonder er iets voor te hoeven doen; hij kon blijven liggen waar hij lag.

Lees verder →